bezijden
/bəˈzɛidə(n)/
Betekenis
voorzetsel
- naastBeide ruimten moeten ongeveer ter hoogte van het altaar bezijden het presbyterium gelegen hebben.
Etymologie
* In de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Uitdrukkingen
- bezijden de waarheid — een leugen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek