woorden
boek
Start
›
B
›
bezitster
bezitster
vrouwelijk (de)
/bə'zɪtstər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
vrouw die iets in eigendom heeft
Etymologie
* afleiding van (nomact) bezitten
Synoniemen
eigenares
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bezitsrisico
bezitstermijn →