bezoedeling

vrouwelijk (de)/bə'zudəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het te schande maken van iets of iemand; dat waarmee men iets of iemand te schande maakt
  2. het vuil maken van iets; dat waarmee men iets vuil maakt

Etymologie

* afleiding van van bezoedelen