woorden
boek
Start
›
B
›
bezoekuur
bezoekuur
onzijdig (het)
/bə'zukyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
Vooraf bepaalde periode waarin bezoek mogelijk is in een instelling.
Het bezoekuur is voorbij, was het eerste wat haar te binnen schoot.
Synoniemen
bezoektijd
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← bezoekuren
bezoekuurtje →