bezuiniging

vrouwelijk (de)/bəˈzœynəɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) een handeling of besluit met als doel de uitgaven te beperken
    Het parlement heeft ingestemd met ingrijpende bezuinigingen.
    De minister heeft een bezuiniging van 200 miljoen euro aangekondigd.
    Omdat de voor een touroperator essentiële zaken als brandstofprijzen, landingsrechten en luchthaventoeslagen bleven stijgen, bleken alle interne bezuinigingen niet meer dan een druppel op een gloeiende plaat.

Etymologie

* van bezuinigen

Vertalingen

Engelseconomy, saving
Spaansahorro