bezuinigen
/bə'zʌʏniɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (economie) door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan bestedenU kunt thuis veel energie bezuinigen.De overheid kan meer belastingen heffen, meer bezuinigen, meer schulden maken of meer geld scheppen om de extra kosten te betalen.
Etymologie
*Afgeleid van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord zuinig (spaarzaam) en .
Vertalingen
Engelscut down, economize, save
Franséconomiser
Duitseinsparen, reduzieren, sparen
Spaansahorrar, economizar
Poolsoszczedzać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek