bezuinigen
Wat is de betekenis van bezuinigen?
bezuinigen betekent: (ov) (economie) door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
Betekenis
- (ov) (economie) door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
Voorbeelden van "bezuinigen" in een zin
- U kunt thuis veel energie bezuinigen.
- De overheid kan meer belastingen heffen, meer bezuinigen, meer schulden maken of meer geld scheppen om de extra kosten te betalen.
Betekenis en uitleg van bezuinigen
Bezuinigen betekent het verminderen van uitgaven of kosten. Het is een manier om efficiënter met geld om te gaan, vaak door minder te besteden aan bepaalde zaken zodat er meer overblijft voor wat echt belangrijk is.
Je gebruikt het woord 'bezuinigen' vaak in financiële contexten, bijvoorbeeld als een bedrijf of een gezin hun budget moet aanpassen. Het kan ook een politieke dimensie hebben, zoals bij overheidsmaatregelen om een tekort te verhelpen. Bezuinigen roept soms negatieve associaties op, omdat het kan betekenen dat er minder middelen beschikbaar zijn voor belangrijke zaken zoals onderwijs of zorg.
Voorbeelden
- De gemeente besloot te bezuinigen op culturele evenementen om de begroting op orde te krijgen.
- Na de laatste vakantie realiseerde ik me dat ik moest bezuinigen op luxe uitgaven om mijn spaardoelen te halen.
- Tijdens de crisis moesten veel bedrijven bezuinigen op personeel om financieel te overleven.
Woordoorsprong
Het woord 'bezuinigen' komt van het Nederlandse werkwoord 'bezuinigen', dat zijn oorsprong vindt in het Franse 'besoin', wat 'behoefte' betekent. Het legt de nadruk op het afstemmen van uitgaven op de daadwerkelijke behoeften.
Veelgestelde vragen over bezuinigen
Wat is de betekenis van bezuinigen?
bezuinigen betekent: (ov) (economie) door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
Wat zijn synoniemen van bezuinigen?
Synoniemen van bezuinigen zijn: beknibbelen, besparen, inkrimpen, korten, matigen.
Hoe gebruik je bezuinigen in een zin?
Voorbeeld: “U kunt thuis veel energie bezuinigen.”
Etymologie
*Afgeleid van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord zuinig (spaarzaam) en .