bezwaar

onzijdig (het)/bə'zwar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bedenking
    Zijn bezwaar werd direct behandeld en opgelost.
    Jochem wuifde haar zogenaamde bezwaar met zijn dikke rechterknuist weg.
    In haar voorbereiding is ze in mijn huid gekropen en heeft inmiddels op mijn eventuele bezwaren iets gevonden waarmee ze keihard van tafel kunnen worden geveegd.
  2. moeilijkheid, nadeel
    Het plan om midden in de stad een windturbine te plaatsten heeft grote bezwaren.

Etymologie

* In de betekenis van ‘last, moeite’ voor het eerst aangetroffen in 1605

Vertalingen

Engelsobjection
DuitsEinsprache
Spaansobjeción