bibberen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) hevig trillen van kou of angstZij bibberde van de kou ondanks de extra deken.Over mijn donsjas had ik mijn regenjas aangetrokken en ik lag met een regenbroek plus legging in mijn slaapzak te bibberen van de kou.
Etymologie
*(freqtt) biben "beven"
Vertalingen
Engelsshiver, tremble, quiver
Fransfrissonner, trembloter
Duitszittern, beben
Spaanstemblar, tiritar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek