bibliotheek

vrouwelijk (de)/ˌbiblijoˈtek/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plaats waar boeken verzameld staan
    Ga jij vaak boeken bekijken in een bibliotheek?
  2. een instelling die boeken en andere media aan het publiek uitleent of ter inzage biedt
    In de bibliotheek kun je nu ook dvd's halen.
    Mijn dochter had zich voorgenomen om alle kinderboeken uit de bibliotheek te lezen, dus kwamen we er regelmatig. {{Aut|Rothfusz, Jacqueline

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘plaats met verzameling boeken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1552

Vertalingen

Engelslibrary
Franslibrairie
DuitsBibliothek, Bibliothek, Stadtbibliothek
Spaanslibrería, biblioteca
Zweedsbibliotek