biechteling

mannelijk (de)/'bixtəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die zijn zonden belijdt bij een priester in de rooms-katholieke kerk
    Voor Kerstmis en Pasen is het een stuk drukker, maar op een gemiddelde dag druppelen er vijf à zes biechtelingen binnen. Schril contrast met de lange wachtrijen van weleer is dat wel. Tubantia Tom Tacken 12-01-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/biecht-lucht-op-ik-kan-daarna-dansend-verder~ad4d0329/ Biecht lucht op: 'Ik kan daarna dansend verder']
    Rooms-katholieken kunnen niet met een iPhone biechten. De priester en de biechteling moeten elkaar zien. Dat heeft de woordvoerder van het Vaticaan woensdag gezegd in reactie op de goedkeuring van een applicatie van de iPhone door de Amerikaanse bisschoppen. Je kunt op geen enkele manier spreken van biechten via een iPhone, zei hij. Het Parool 9 februari 2011 [https://www.parool.nl/nieuws/vaticaan-geen-biecht-via-iphone~bec577ba/ Vaticaan: geen biecht via iPhone]

Etymologie

* van biechten