biedster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een bod heeft uitgebracht
    "Ik wist van niks. Ik heb drie maanden vol spanning zitten wachten en de gemeente heeft mij hier niet over ingelicht. Ik voel mij als kleine ondernemer niet echt serieus genomen”, vertelt hij. Wat blijkt: de bewuste brieven met daarin de afwijzing van de gemeente Berkelland zijn zoekgeraakt, en dus niet verzonden naar Van den Heuvel en de tweede biedster Pierette Kluivers. Tubantia 24-02-16 [https://www.tubantia.nl/achterhoek/bieder-verbaasd-over-afwijzing-koop-villa-smits-in-eibergen~a176dea8/ Bieder verbaasd over afwijzing koop Villa Smits in Eibergen]
    De pastorie van de Sint-Gillisparochie in Kumtich is openbaar verkocht. De hoogste biedster, van 510.000 euro, zag het pand aan haar neus voorbijgaan. De Standaard 27 OKTOBER 2017 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20171026_03155744 Hoogste bieder grijpt naast de pastorie]

Etymologie

* van bieden