biefstuk

mannelijk (de)/ˈbifstʏk/

Wat is de betekenis van biefstuk?

biefstuk betekent: (voeding) een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil

Voorbeelden van "biefstuk" in een zin

  • Biefstuk moet je niet te lang bakken anders word hij taai.
  • Biefstuk van een paard is extra mals en bevat meer ijzer.
  • Ik bleef maar naar het all-you-can-eatbuffet teruggaan voor meer eten. Er kwam geen einde aan: zalmsalade, pasta, groente, sushi, biefstuk, soep, chocoladetaart, witte chocoladetaart, crème brûlee, vers fruit met room, bier, koffie en whisky.

Betekenis en uitleg van biefstuk

Biefstuk is een stuk vlees dat afkomstig is van de rund, vaak gesneden uit de lendenen of het ribgebied. Het staat bekend om zijn malse textuur en rijke smaak, waardoor het een populaire keuze is voor vleesliefhebbers.

Je gebruikt het woord 'biefstuk' vaak wanneer je het hebt over een maaltijd, bijvoorbeeld in een restaurant of tijdens een barbecue. Het kan op verschillende manieren worden bereid, zoals gegrild, gebakken of zelfs sous-vide, en het wordt vaak geserveerd met bijgerechten zoals groenten of aardappelen. De term kan ook een luxe of speciale gelegenheid impliceren, zoals een romantisch diner of een feestelijke maaltijd.

Voorbeelden

  • Na een lange week werkte hij zich te buiten aan een sappige biefstuk met een glas rode wijn.
  • Tijdens het familiediner bestelde iedereen een biefstuk, maar hij koos voor de vegetarische optie.
  • De chef-kok stelde een bijzondere marinade voor de biefstuk voor, wat de smaak nog verder versterkte.

Woordoorsprong

Het woord 'biefstuk' is ontleend aan het Franse 'bifteck', dat weer afkomstig is van het Engelse 'beefsteak', wat gewoon 'rundvleessteak' betekent.

Veelgestelde vragen over biefstuk

Wat is de betekenis van biefstuk?

biefstuk betekent: (voeding) een lap rundvlees, kalfsvlees of paardenvlees van de bovenbil

Welk woordgeslacht heeft biefstuk?

biefstuk is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van biefstuk?

Synoniemen van biefstuk zijn: rumpsteak.

Hoe gebruik je biefstuk in een zin?

Voorbeeld: “Biefstuk moet je niet te lang bakken anders word hij taai.

Etymologie

* Gevormd vanuit het Engelse "beef" en "steak", waarbij het tweede deel is vernederlandst naar analogie van soortgelijke woorden.. In de betekenis van ‘lap vlees van de bovenbil’ voor het eerst aangetroffen in 1832.

Vertalingen

Engelssteak
Fransbifteck
DuitsSteak
Spaanssolomillo, bistec, biftec
Italiaansbistecca