bifurcatie

vrouwelijk (de)/ˌbifʏrˈka(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de splitsing of deling in twee takken, zoals bij een vork of gaffel
  2. aardrijkskunde (aardrijkskunde) het zeldzame verschijnsel dat een rivier zich opsplitst in twee takken met verschillende stroomgebieden
    Een wereldwijd uiterst zeldzaam natuurverschijnsel is de bifurcatie in de rivier de Hase bij Melle-Gesmold.
  3. medisch (medisch) de vorkvormige splitsing van de luchtpijp
    De trachea vertakt zich ter hoogte van de vijfde borstwervel in de linker en de rechter hoofdbronchus. Deze splitsing heet de bifurcatie.

Etymologie

*Afgeleid van bi en furca .

Vertalingen

Spaansbifurcación