bigamist

mannelijk (de)/biɣa'mɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon die dubbel gehuwd is, (die bigamie pleegt)
    Het brandmerken of brandtekenen, een straf voor bedelaars, dieven en bigamisten, gold als waarschuwing voor anderen en was niet afkoopbaar.

Etymologie

*afgeleid van bigamie