bijkomstigheid

vrouwelijk (de)/bɛiˈkɔmstəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. toevallige omstandigheid
    Een aangename bijkomstigheid is dat de afgravingen dicht bij zee liggen.
  2. een niet zo belangrijke omstandigheid
    Leerlingen van de middelbare school willen vooral hun vrienden en vriendinnetjes zien op school, de studie zelf is voor de meesten maar een bijzaak.
    Het overige was vanuit hun gezichtspunt een prettige bijkomstigheid.

Etymologie

*afgeleid van bijkomstig

Vertalingen

Engelsaccessory, side-issue
Spaansaccesorio, apéndice