bijkomstigheid
vrouwelijk (de)/bɛiˈkɔmstəxˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- toevallige omstandigheidEen aangename bijkomstigheid is dat de afgravingen dicht bij zee liggen.
- een niet zo belangrijke omstandigheidLeerlingen van de middelbare school willen vooral hun vrienden en vriendinnetjes zien op school, de studie zelf is voor de meesten maar een bijzaak.Het overige was vanuit hun gezichtspunt een prettige bijkomstigheid.
Etymologie
*afgeleid van bijkomstig
Vertalingen
Engelsaccessory, side-issue
Spaansaccesorio, apéndice
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek