hoofdzaak
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈɦoːftsak/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- belangrijkste punt, voornaamste kwestie, wezenlijke deel, kernJammer dat het medicijn vies smaakt, maar hoofdzaak is dat je beter wordt.
Etymologie
*samenstelling van hoofd: belangrijker, hoogste en zaak: ding
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek