bijl
mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛil/
Wat is de betekenis van bijl?
bijl betekent: (gereedschap) hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) hakwerktuig met een smalle snee en een lange steel die vooral voor het kappen van bomen gebruikt en gewoonlijk met twee handen gehanteerd wordt
- (gereedschap) haktuig in het algemeen
Voorbeelden van "bijl" in een zin
- We gebruiken altijd een bijl bij het doorhakken van de blokken hout.
- Er schoot een pijn in zijn voorhoofd alsof er een bijl in werd gezet en hij was bang dat zijn braakgeluiden de anderen uit hun slaap zouden houden.
- Geen bijl zal zijn leven bekorten, niets zal hem schade berokkenen.
- De slager gebruikt een bijltje om de botten door te hakken.
Etymologie
*van Middelnederlands "bile", in de betekenis van ‘werktuig’ aangetroffen vanaf 1240
Uitdrukkingen
- Er met de grove (brede) bijl in hakken — Iets op een grove manier aanpakken
- Het bijltje erbij neergooien — Ergens mee stoppen, het opgeven
- Met de botte bijl — Op een grove manier
Vertalingen
Engelsaxe
Franshache
DuitsBeil, Axt
Spaanshacha
Italiaansascia, accetta
Portugeesmachado, acha
Russischтопор
Chinees斧
Japans斧
Koreaans도끼
Arabischفأس
Turksbalta
Poolstopór
Zweedsyxa
Deensøkse
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek