bijlage

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɛilaɣə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. document dat bij een ander document of stuk tekst als aanhangsel is toegevoegd
    De minister kreeg het rapport van de onderzoekscommissie als bijlage bij kamervragen toegestuurd.
    De cijferlijst is een bijlage bij een diploma.
    Jeroen schudde met de brochure, waarna een bijlage van grijs papier op zijn schoot viel.
  2. informatica (informatica) een bestand dat bij een e-mail is meegezonden
    Ik stuur de foto's mee als bijlage.

Etymologie

*leenvertaling van "Beilage" "bijvoegsel, bijgerecht, bij-, toevoeging", in de betekenis van ‘geschrift ter aanvulling’ voor het eerst aangetroffen in 1729

Vertalingen

Engelsenclosure, attachment
Franspièce jointe, pièce jointe
DuitsAnlage, Anhang
Spaansanexo
Poolszałącznik, załącznik
Zweedsbilaga