appendix
/ɑˈpɛndɪks/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat ergens aan hangt, aanhangselBij klassieke standbeelden zijn de vele fijne appendices vaak afgebroken.
- (anatomie) wormvormig aanhangsel van de blindedarmEen blindedarm wordt ook wel oneigenlijk appendix genoemd.
- (plantkunde) driehoekig uitgroeisel aan de lip van orchideeën van het geslacht spiegelorchis (Ophrys)Waarschijnsel speelt de appendix een rol bij het aantrekken van bestuivers.
- bijlage, document dat aan een ander schriftstuk toevoegd wordt (bv. een rekening)Ik heb verscheidene facturen als appendix bij mijn belastingaangifte gevoegd.
- aanvullende informatie die achteraan een document toegevoegd wordtDit artikel heeft drie appendices.
Etymologie
*[2] Verkort uit de Latijnse benaming appendix veriformis (wormvormig aanhangsel).
Vertalingen
Engelsappendix
Fransappendice
DuitsAppendix
Spaansapéndice
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek