bijschildklier
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛɪsxɪltklir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- elk van de vier kleine, ronde orgaantjes in de hals die hormoon afscheiden en die liggen tegen de twee grotere, platte organen die weer andere hormonen afscheiden
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek