biljet
onzijdig (het)/bɪl'jɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een stuk van staatswege uitgegeven papier waaraan geldswaarde is toegekendIn de eurozone kennen we biljetten met de waarde van 5,10,20,50,100, 200 en 500 euro.
- beschreven of bedrukt stuk papier (waarvan het bezit iemand rechten geeft)Hij had een toegangsbiljet voor de tentoonstelling gekocht.Op het aanplakbiljet konden we lezen welke voorstellingen we zouden kunnen zien in het theater.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘briefje, kaartje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1488
Vertalingen
Engelsbill, note, note
Spaansbillete, boleto
Poolsbanknot
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek