binnenkoer
mannelijk/vrouwelijk (de)
Wat is de betekenis van binnenkoer?
binnenkoer betekent: een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een open ruimte omringd door gebouwen, vaak tussen voor- en achterhuis
Voorbeelden van "binnenkoer" in een zin
- Terwijl het rumoer van de Brussels Jazz Marathon op de markt binnen nog vaag klinkt, leidt de bourgondische stadsbestuurder zonder plichtplegingen z’n Nederlandse gast door zalen en kamers rond de ”binnenkoer”.
- Verraad bracht haar in Mechelen, op de vreselijke ”binnenkoer” van de Dossinkazerne.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek