binnenkomen
/ˈbɪnə(n)ˌkomə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een ruimte betreden (vanuit die ruimte gezien)Wij kwamen een grote kamer binnen.Kom toch snel binnen en blijf niet zo buiten staan.Omdat Max en Dennis per se in de zee hun nieuwe snorkelsetjes wilden testen, waren ze wat later dan normaal de eetzaal binnengekomen.
- geld ontvangen op een bankrekeningIk heb zelden zoveel schilderijen achter elkaar gemaakt, misschien wel 300 in totaal. Elke keer als ik in een dorpje aankwam en de nieuwe donaties zag binnenkomen maakte ik weer een hele serie. Met mijn twee kleuren, geel en blauw, schilderde ik vooral de bergen en landschappen waar ik doorheen liep.
Vertalingen
Engelscome in, enter
Fransentrer
Duitshineinkommen
Spaansentrar
Poolswchodzić
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek