binnenlopen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) te voet binnengaanHij was de verkeerde kamer binnengelopen en trok zich snel terug.Coby is toen zomaar een reisbureau binnengelopen en drie dagen later zaten we in een hotel in Alanya.Hiermee maakten ze een eind aan het willekeurig binnenlopen van familieleden op doordeweekse dagen. Het werkte wel, dacht Chantal terwijl ze afwezig een slok van haar rode wijn nam.
- (erga) (scheepvaart) een haven invarenHet schip was nog niet helemaal binnengelopen toen er een storm losbarstte.Zo liep donderdagavond, enkele uren voor het begin van de staking van het Vlaamse overheidspersoneel nog een aardgastanker binnen in de haven van Zeebrugge. Alleen de vertrekkende schepen moesten rekening houden met vertraging omdat de verkeersleiding voor de scheepvaart in Zeebrugge niet aan de slag was.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek