Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
binnenschaal
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbɪnə(n)ˌsxal/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- harde, gebolde omhulling die zich weer binnen een vergelijkbare omhulling bevindtZeker mag men de Middelburgse Oostkerk niet als een zelfstandige schepping van Van 's-Gravesande beschouwen; velerlei zwakheden in de uitwendige behandeling maken zulks duidelijk. Het type wijkt vrij sterk af van dat van de Marekerk: het is geen centraal achtkant omgeven door een ‘enveloppe’, maar één enkele koepelruimte, waarvan de houten overwelving een binnenschaal heeft die op acht zuilen rust welke vlak voor de hoeken zijn geplaatst.
- vlakke ondiepe kom die zelf weer in een wat grotere vergelijkbare kom pastDe pan bestaat uit twee delen: een aardewerken binnenschaal en een metalen buitenpan met een verwarmingselement.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek