bio

vrouwelijk (de)/ˈbijo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. korte beschrijving van de levensloop
    Tot nu toe heeft Clinton haar bio nog niet veranderd, maar ze zegt wel dat binnenkort te doen.
  2. spreektaal, onderwijs (spreektaal) (onderwijs) aanduiding voor het schoolvak of wetenschapsgebied waarin de levende natuur wordt bestudeert
    Gast, wat is het huiswerk voor bio?
  3. ecologisch verantwoord, natuurvriendelijk
    De discussie over gangbaar versus bio is zo gedateerd.

Etymologie

*: (verkorting) "biologisch"