biofruit
onzijdig (het)/'bijofrœyt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fruit dat geteeld is op een manier die voldoet aan de criteria van bepaalde keurmerken (zoals EKO, Europees Biologisch en Demeter)De schoonbroer van Eddy Vonck teelt biofruit op de familiale boerderij. Vonck en zijn vrouw kweken er biokippen en ander gevogelte.de Standaard 09/07/2012 door Jan Bosteels [http://www.standaard.be/cnt/dmf20120708_00215469 Bankier en hobbyboer ]Biologische voeding is gezonder. Dat blijkt uit een groot Europees onderzoek van de universiteit van Newcastle dat vier jaar heeft geduurd en waarover Het Laatste Nieuws en De Morgen maandag berichten. Biofruit en -groenten bevatten 40 procent meer antioxidanten die de kans op kanker en hart- en vaatziekten verminderen. Bioproducten zijn ook rijker aan vitamine C, ijzer en zink.de Standaard 29/10/2007 [http://www.standaard.be/cnt/b19994885071029 Bio eten is echt gezonder ]
Etymologie
* afleiding van fruit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek