biometrie
vrouwelijk (de)/bijome'tri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- wiskundige-statistische kant van de biologie
- verzameling van technieken die gericht zijn op het meten en vaststellen van alle meetbare eigenschappen van levende wezens, bijvoorbeeld ter identificatie
Etymologie
* In de betekenis van ‘meting van eigenschappen van levende wezens’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Engelsbiometrics, biometrics
Fransbiométrie, biométrie
DuitsBiometrie
Spaansbiometría, biometría
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek