bisdom

onzijdig (het)/ˈbɪzdɔm/

Wat is de betekenis van bisdom?

bisdom betekent: (religie) kerkrechtelijk afgebakend gebied dat onder de bevoegdheid van een bisschop staat

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie (religie) kerkrechtelijk afgebakend gebied dat onder de bevoegdheid van een bisschop staat

Voorbeelden van "bisdom" in een zin

  • De kardinaal bezocht bisdom Hasselt.

Etymologie

*Afgeleid van -bis- (verkorting van bisschop) .

Vertalingen

Engelsdiocese, bishopric, see
Fransdiocèse, évêché
DuitsDiözese, Bistum
Spaansobispado
Italiaansdiocesi
Poolsdiecezja
Deensstift