Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

bisschopsmuts

vrouwelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hoofddeksel, religie (hoofddeksel) (religie) (rooms-katholiek) eenvoudig rond kapje dat geestelijken op het hoofd dragen in een kleur die hun rang aangeeft
  2. hoofddeksel, religie (hoofddeksel) (religie) (rooms-katholiek) hoofddeksel met omhoog wijzende punten, dat door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders gedragen wordt op plechtige gelegenheden
  3. mossen, figuurlijk (mossen) (figuurlijk) benaming voor soorten mos uit het geslacht uit de muisjesmosfamilie (), in Nederland komen er uit het geslacht vijf soorten voor
  4. zakjeszwammen, figuurlijk (zakjeszwammen) (figuurlijk) bepaald soort paddenstoel,

Etymologie

**[4]: omdat de vorm met omhoog geplooide uiteinden aan een mijter doen denken