mijter
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) (hoofddeksel) een hoofddeksel dat door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders gedragen wordt op plechtige gelegenheden
- (hoofddeksel) het hoofddeksel van SinterklaasHet waaide zo hard dat de mijter van Sinterklaas bijna in de gracht lag.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofddeksel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsmitre, miter
Fransmitre
DuitsMitra, Bischofsmütze
Spaansmitra
Italiaansmitra
Portugeesmitra
Russischмитра
Zweedsmitra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek