mijter

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, hoofddeksel (religie) (hoofddeksel) een hoofddeksel dat door kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders gedragen wordt op plechtige gelegenheden
  2. hoofddeksel (hoofddeksel) het hoofddeksel van Sinterklaas
    Het waaide zo hard dat de mijter van Sinterklaas bijna in de gracht lag.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘hoofddeksel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsmitre, miter
Fransmitre
DuitsMitra, Bischofsmütze
Spaansmitra
Italiaansmitra
Portugeesmitra
Russischмитра
Zweedsmitra