mijt
mannelijk/vrouwelijk (de)/mɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (spinachtigen) benaming voor dieren uit de superorde kleine geleedpotige, overwegend parasitisch levende diertjes
- (landbouw) opgestapelde hoop hooi, stro, takkenbossen en dergelijke
- (numismatiek) (verouderd) muntje met de waarde van een achtenveertigste van een stuiver
Etymologie
*[3] van Middelnederlands "mite", in de betekenis van ‘muntje’ aangetroffen vanaf 1300
Vertalingen
Engelsmite, pile
Fransmite
DuitsMilbe
Spaansácaro, pira
Portugeesácaro
Poolsroztocze
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek