bitch
vrouwelijk (de)/bɪtʃ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (pejoratief) (vulgair) (jongerentaal) vrouw
- (scheldwoord) agressieve vrouwBitch.' Grof taalgebruik was nooit haar ding geweest.
- (als geuzennaam) zelfbewuste vrouw
- (figuurlijk) lastig probleem, vervelende situatie
Etymologie
* van "bitch"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek