bitumen
onzijdig (het)/bi'tymən/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een viskeuze vloeistof die van nature voorkomt als de minst vluchtige fractie van ruwe aardolie
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aardhars’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550
Vertalingen
Engelsasphalt
Spaansbetún
Italiaansasfalto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek