blabla

mannelijk (de)/bla'bla/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitingen zonder veel zeggingskracht
    Ga toch weg met je blabla!
    Bij de eerste boetiek zat maatje 38 net te strak, daarna een 40 geprobeerd, maar dat model beviel weer niet. Door naar de volgende winkel, blabla.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gezwam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1964

Vertalingen

Engelsblah blah