blamage
vrouwelijk (de)/bla'maʒə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een afgang veroorzaakt door eigen falenDe actie werd een complete blamage.
Etymologie
* van blameren
Vertalingen
Engelsdisgrace
Franshonte, déshonneur
DuitsBlamage
Spaansvergüenza, deshonra
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek