blameren
Betekenis
werkwoord
- (ov) te schande maken, onteren
- (refl) in kwaden naam brengenHij heeft zich daarmee danig geblameerd.
Etymologie
*Van het Engelse blame of het Franse blâmer, van het Latijnse 'blastemare'
Vertalingen
Engelsdiscredit
Franscompromettre
Duitsblamieren
Spaansdesacreditar, deshonrar, comprometer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek