blameren

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) te schande maken, onteren
  2. refl (refl) in kwaden naam brengen
    Hij heeft zich daarmee danig geblameerd.

Etymologie

*Van het Engelse blame of het Franse blâmer, van het Latijnse 'blastemare'

Vertalingen

Engelsdiscredit
Franscompromettre
Duitsblamieren
Spaansdesacreditar, deshonrar, comprometer