blanda

mannelijk (de)/ˈblɑnda/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Nederlands-Indië) iemand uit Holland, Nederland of Europa
    We zijn allebei voor een zestiende Javaans, terwijl we er al die tijd van overtuigd waren geweest dat de ander een volbloed blanda was.
  2. pejoratief (Nederlands-Indië) (pejoratief) iemand uit Nederland of Europa die zich de cultuur van een tropisch land onvoldoende eigen heeft gemaakt
    En één meneer heeft tralies voor het slaapkamerraam laten maken. Zo gek ja? Natuurlijk een blanda!

Etymologie

*via "belanda" van "Holanda"