Europeaan
mannelijk (de)/ˌøropeˈjan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) bewoner van het Europese continent of iemand die daarvan afkomstig isOp die lijst stond ook de tweede kanshebber, Toon Dohmen met zijn vertaling van Orlando Figes’ Europeanen – Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur.
- (demoniem) inwoner van de Europese Unie
- (politiek) (figuurlijk) voorstander van Europese eenwording
- (antropologie) (historisch) persoon van Europese afkomst, met blanke huidskleur
Etymologie
*afgeleid van Europa
Vertalingen
EngelsEuropean
FransEuropéen
DuitsEuropäer
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek