euro

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈøro/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. financieel (financieel) de munt en munteenheid van de eurozone, waarvan het symbool het euroteken (€) is
    De invoering van de euro heeft ingrijpende gevolgen op monetair gebied gehad.
    Het incident is haar duur komen te staan. ,,De juridische kosten, de uitgaven die ik hier moet doen, mijn gemiste inkomsten... In totaal ben ik al ongeveer 30.000 pond (33.000 euro) kwijt. Mijn praktijk is gesloten, al ons spaargeld gaat eraan." Tubantia Sven Van Malderen 10-08-18, [https://www.tubantia.nl/buitenland/in-de-cel-in-dubai-na-een-glaasje-wijn-tijdens-vlucht~a0b3051a/ In de cel in Dubai, na één glaasje wijn tijdens vlucht]
  2. een soort benzine
    Je moet voor deze auto euro tanken, geen diesel!
  3. Macropus robustus, ook gekend als wallaroe of bergkangoeroe, een kangoeroe uit het geslacht Macropus die in grote delen van Australië leeft
    Onderweg zagen we een euro springen.

Etymologie

*komt van Europa een werelddeel

Vertalingen

Engelseuro, Euro, euro
Franseuro
DuitsEuro, Bergkänguru, Wallaroo
Spaanseuro
Italiaanseuro
Portugeeseuro
Russischевро
Turksavro
Poolseuro, kangur górski
Zweedseuro
Deenseuro