Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauw-witte vliegenvanger

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een vogel uit de familie van de vliegenvangers (). Tot 2012 was dit een monotypisch geslacht. De vogel broedt in Oost-Azië en overwintert in Zuidoost-Azië

Etymologie

*(coll)