Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
blauwbuikscharrelaar
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scharrelaarvogels) een soort scharrelaar die -zoals de Nederlandse naam al aangeeft- een blauwe buik heeft. Hij komt voor in Afrika
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek