Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauwe gaai

mannelijk (de)/ˈblɑuwəˌɣaj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) witte kraaiachtige met lavendelblauw verenkleed op de rug en kop die voorkomt in Noord-Amerika
    De blue jay, blauwe gaai, landt zowat op mijn schouder en de epauletspreeuw met zijn zwarte veren en oranjerode vleugelvlek komt zo dichtbij, dat ik de vogel bijna kan aanraken.

Etymologie

*(coll)

Vertalingen

Engelsblue jay
Fransgeai bleu
DuitsBlauhäher
Spaanschara azul