Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

blauwe gomboom

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een boom uit de mirtefamilie (). De hoge, snelgroeiende, groenblijvende boom stamt uit Zuid-Australië. Op vorstvrije plaatsen in Europa wordt de boom aangeplant voor de sier. De hoogte kan 40 m bedragen. De kroon is kegel- of koepelvormig, hoog en dicht. De boom heeft een rechte, cilindrische stam. De boomschors is afbladderend in grote, grijsbruine stroken. Daaronder is het wit, bruin- of grijsachtig

Etymologie

* (coll)