blauwvoeterie
vrouwelijk (de)/ˈblɑuvutəˌri/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (geschiedenis) 19e-eeuwse beweging tegen de verfransingsdruk, vooral bij de studerende Vlaamse jeugd
Etymologie
*afgeleid van blauwvoet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*afgeleid van blauwvoet