blazen

/ˈblazə(n)/

Wat is de betekenis van blazen?

blazen betekent: (inerg) een luchtstroom veroorzaken

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) een luchtstroom veroorzaken
  2. ov (ov) met een luchtstroom iets vervaardigen
  3. ov (ov) een blaasinstrument bespelen
  4. door een luchtstroom verplaatst worden
  5. dierkunde (dierkunde) (v.e. kat) een sissend geluid maken om angst of boosheid uit te drukken
werkwoord
  1. jongerentaal (jongerentaal) roken van een sigaret of joint

Voorbeelden van "blazen" in een zin

  • Blaas even, dan koelt het wel af.
  • In het zakje blazen.
  • Het kind moet hard blazen om de kaarsjes uit te laten gaan.
  • Dit glas wordt geblazen, niet gewalst.
  • Bellen blazen.

Etymologie

*[B]: terug ontleend van "blaze" "wiet roken"

Uitdrukkingen

  • Hoog van de toren blazenEisen stellen omdat je jezelf wel heel erg belangrijk vindt
  • Beter hard geblazen dan de mond gebrand.Het is beter dat men zich inspant dan dat er door slordigheid of luiheid een ongeluk gebeurt/iets fout gaat
  • De aftocht blazenVerliezen en weggaan
  • De kraaienmars blazenDoodgaan
  • Flink in de bus blazenVoor een bepaald doel veel geld uitgeven of beschikbaar stellen
  • Het is [xxx] geblazenDat ([xxx]) moet er nu gebeuren
  • Geen veer van de mond kunnen blazenHeel zwak en/of heel arm zijn
  • Van toeten noch blazen wetenErgens geen verstand van hebben

Vertalingen

Engelsblow
Franssouffler
Duitsblasen, pusten
Spaanssoplar