blijken

/ˈblɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. copl (copl) uit iets duidelijk (geworden) zijn
    Het huis bleek veel te groot.
  2. modl (modl) ~ te zijn uit iets duidelijk (geworden) zijn
    Hij bleek vroeger in Nederlands Nieuw-Guinea geweest te zijn.
    Hoe vrouwen het aanpakten tijdens hun menstruatie weet ik niet precies. Er bestaat een speciale PCT-vrouwenfacebookgroep (women of the PCT) waar onderling tips en tricks over dit soort onderwerpen worden gedeeld. Ik heb er tijdens de tocht niemand over horen praten dus voor alles blijkt een adequate oplossing te zijn.
  3. naar buiten zichtbaar laten worden
    Geen van deze jonge voetballertjes dacht aan zoiets triviaals als kou. Tenminste, niemand liet dat blijken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘aan den dag komen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Uitdrukkingen

  • laten blijken
  • oplosbaar blijken

Vertalingen

Engelsappear
Fransil apparaît que
Duitserweisen, herausstellen, hervorgehen
Spaansresultar