bloedhond

mannelijk (de)/'bluthɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Brits hondenras, hoogbenig, kortharig, grote kop met losse huid, lange hangende oren en een lange staart
  2. wreed, bloeddorstig mens

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘hondensoort’ voor het eerst aangetroffen in 1567

Vertalingen

Engelsbloodhound
Franslimier
DuitsBluthund
Spaansperro de presa, perro mastín, perro de San Huberto