bloemenverkoopster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die (op de markt) bloemen verkoopt
    In Voorburg is een jongen van 14 aangehouden voor een gewapende overval op een bloemenstalletje. Samen met een man van 26 bedreigde hij de bloemenverkoopster met een wapen en beroofde haar van geld en persoonlijke eigendommen.
    En ook op de markt in Moore Street in Dublin blijkt Adams heel veel fans te hebben. Mary Leach, bloemenverkoopster, pakt graag een bosje zonnebloemen voor hem in.