blokken

/ˈblɔkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) heel hard studeren
    Voor dit tentamen heeft hij drie weken lang onafgebroken geblokt.
  2. sport, ov (sport) (ov) (een aanval, offensief, e.d.) tegenhouden, blokkeren
    "Bij de goal van Mexico blokte Blind met zijn verkeerde voet. Je miste daar toen een type De Jong, een echte verdedigende middenvelder die zijn lichaamskracht gebruikt en een tackle kan inzetten. Een type ook die met een tackle de teneur van een wedstrijd kan omdraaien. De Jong gaan we echt missen."

Etymologie

*[2] van "block"

Vertalingen

Engelsswot, cram, block
Franspiocher, potasser, bachoter
Duitsbüffeln, abblocken
Spaansempollar
Italiaanssgobbare
Russischзубарить